Bernardus van Clairvaux etc.

Emm. 1 Begin eerste preek Bernardus van Clairvaux

Dit verzamelhandschrift bevat zeven verschillende teksten. Het eerste deel bestaat uit een reeks preken van Bernardus van Clairvaux (1090-1153) over Psalm 91, ‘Qui habitat’: ‘Wie vertoeft in de schuilplaats des allerhoogsten, vernacht in de schaduw van de Almachtige en zegt tot de Heer: ‘mijn toevlucht, mijn sterkte, mijn God op wie ik mij verlaat.’ Bernardus had als hervormer grote invloed op de vernieuwing en verdieping van het geestelijk en kerkelijk leven en was in die zin een inspiratiebron voor de geloofsbeweging van de Moderne Devoten, die ontstond aan het eind van de 14e eeuw. In de collectie van de Emmanuelshuizen bevinden zich ook nog twee prekenbundels van Bernardus die geordend zijn naar het kerkelijk jaar: een zomerdeel en een winterdeel.

Emm. 1 Begin Van der Bereidinghe, Hendrik Mande

Het tweede deel van dit boek bevat een traktaat van Jan van Ruusbroec (1293-1381), een preek van de dominicaan Heinrich Seuse (c. 1295-1366) en drie stichtelijke teksten van Hendrik Mande (†1431), waaronder ‘Van der bereydinghe ende vercieringhe onser inwendigher woeninghe’. De tekst handelt over de zuivering van het geweten, het opbiechten van zonden en boetedoening. Alle drie schrijvers waren mystici: zij streefden naar de eenwording met het goddelijke, o.a. door onthouding, gebed en meditatie. De teksten van Hendrik Mande, die ook visioenen had, werden veel gelezen in vrouwenkloosters. Voordat Mande zich aansloot bij de Moderne Devoten, was hij schrijver aan het hof van de graven van Holland en in het klooster van Windesheim, waar hij lekenbroeder was, kopieerde en decoreerde hij boeken. Windesheim was gesticht op verzoek van de prediker Geert Grote (1340-1384) die aan de basis stond van de geloofsbeweging van de Moderne Devotie.

De versiering van het handschrift is eenvoudig: onder meer blauwe lombarden (hoofdletters die twee à drie regels hoog zijn) soms met rood penwerk, en rode titels.