Het Nieuwe Testament

Emm. 17 Einde Apostel Paulus

De vertaling van deze tekst is rond 1390 gemaakt door Johan Scutken. Hij was librarius (bibliothecaris) van de Dietse (Nederlandse) boeken in het klooster Windesheim bij Zwolle en ook kopiist. Hij vertaalde de evangeliën, de psalmen en een aantal andere Bijbelboeken en schreef er glossen (commentaren) bij, waarschijnlijk om de tekst te verduidelijken als hij zijn broeders tijdens de maaltijden voorlas.

In dit handschrift zijn eerst de brieven van Paulus afgeschreven, daarna de brieven van de andere apostelen. In het tweede gedeelte, dat ten dele ook in een andere hand geschreven is, volgen dan de Handelingen en Openbaring en daarna de Oudtestamentische perikopen: dat zijn de teksten die in de loop van het  kerkelijk jaar tijdens de mis gelezen dienen te worden

Emm. 17 Glossen en ruitpatroonEmm.17 Rode titel met aanduiding in zwart

Het handschrift is incompleet en afwisselend op papier en perkament geschreven. Het is niet bekend waar dat is gebeurd. De tekst is heel eenvoudig versierd met rood. Lege delen in de tekstblokken werden hier en daar met een ruitmotief opgevuld. De glossen zijn met rood onderstreept. Kennelijk schreef men eerst de zwarte tekst en vulde daarna beginregels met rood in: in de marges vinden we op verscheidene plaatsen in zwart in heel kleine lettertjes de titel die daarnaast in rood in het tekstblok is toegevoegd. Het perkament dat voor het boek is gebruikt is niet van de beste kwaliteit: het vertoont gaten en (dichtgenaaide) scheuren.