Jan van Schoonhoven etc.

Emm.6 Zegel van Johannes Crul

Het handschrift bevat drie sermoenen van de theoloog Jan van Schoonhoven (1356/7-1432) die hij hield voor het Kapittel van Windesheim en een brief aan zijn neef Willem Vryman van Delft, die kartuizer monnik was in het klooster Nieuwlicht bij Utrecht. Het klooster Windesheim werd in 1387 gesticht bij Zwolle door de Broeders des Gemenen Levens: aanhangers van de geloofsbeweging van de Moderne Devotie. Zij namen de kloosterregel van Augustinus aan, die gebaseerd was op een leefregel die de kerkvader Augustinus van Hippo (354-430) had opgesteld. Vanuit Windesheim werden vele andere kloosters gesticht. Samen vormden zij het Kapittel van Windesheim.

Emm. 6 Initiaal met groen penwerk

Het laatste deel van het boek wordt ingenomen door de beroemdste tekst die uit de beweging van de Moderne Devotie is voortgekomen: ‘De Navolging van Christus’ door Thomas a Kempis. Dit geschrift werd alleen in het Nederlandse taalgebied al zes keer uit het Latijn vertaald en bleef tot ver na de reformatie ook in calvinistische kringen heel populair. De tekstversie die is afgeschreven in dit handschrift is de oudst bekende van de Nederlandse vertalingen.

Emm. 6 Eigendomsmerken

Dit handschrift uit Windesheim is de enige Middelnederlandse codex die met zekerheid aan dit klooster kan worden toegeschreven, vanwege het eigendomsmerk: ‘Dit boec hoert int cloester to Windesem’. Volgens een latere inscriptie was het in 1638 het in bezit van Johannes Crul, schepen te Zwolle, die aan het begin van het handschrift ook zijn zegel met gehelmde mannenkop afdrukte.