Jordanus van Quedlinburg, Sermoenen

Emm. 9 Begin sermoenen Jordanus van Quedlinburg

Dit is het enige handschrift in de collectie van de Emmanuelshuizen dat een eigendomsmerk van het Wittenhuis ofwel Agathaklooster draagt. Aan het begin van dit handschrift staat de eigendomsvermelding: ‘Dit boec hoert toe den susteren toe witen huys bi Zwolle buten vorster poerten.’ Het Wittenhuis of St. Agathaklooster ontleende zijn naam aan Witte van Windesheim, die in 1409 zijn huis net buiten de Kamperpoort schonk aan vrome vrouwen van het Gemene Leven. Rond 1450 sloten de zusters zich aan bij het Kapittel van Windesheim. In 1536 besloten zij hun klooster vanwege oorlogsdreiging naar de Steenstraat in de stad te verplaatsen.

Emm. 9 Colofon met oproep tot gebed voor schrijver

Net als het handschrift Emm. 3 bevat dit boek een Middelnederlandse vertaling van preken van Jordanus van Quedlinburg, ditmaal rond Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. De tekst is bescheiden gedecoreerd met enkele initialen met sierlijk penwerk. Mogelijk is het boek in het klooster zelf geschreven. Aan het eind van de tekst wordt opgeroepen voor de schrijver of schrijfster een Ave Maria te bidden: ‘Biddet voer oer dit ghescreven hevet om godes willen een Ave marie God si gheloeft’.