Liederenboekje

Liederenboekje muzieknotatie

Dit boekje werd in het Zwolse Fraterhuis gebruikt bij spirituele oefeningen, die men in de kringen van de Moderne Devotie dagelijks behoorde te doen. Het begint met de gedrukte tekst ‘De spiritualibus ascensionibus’ (Van de geestelijke opklimminge) van Gerard Zerbolt van Zutphen. Deze broeder van het gemene leven in Deventer geeft hierin een reeks meditatieoefeningen verdeeld over de ochtenden en avonden van de week. Deze richten zich onder meer op het lijden van Christus, een boetecyclus, op de ‘vier uitersten’ (dood, oordeel, hemel en hel) en op de weldaden van en de rust in God.

Daarna volgen 25 handgeschreven liederen, deels met muzieknotatie en nog twee prozateksten. Zowel de liederen als de teksten sluiten aan bij de wekelijkse meditatie van de broeders. De Moderne Devoten hebben veel muziek geschreven, meestal eenvoudige liederen. Muziek werd beschouwd als een hulpmiddel voor de vroomheid. Omdat muziek inwerkt op de emotie, werd hierdoor de innigheid van een gebed en meditatie aangewakkerd. Dit droeg bij aan het succes van de meditatie die de mens hielp om de hemelse zaligheid te bereiken. De liederen in dit boekje zijn bekende melodieën van liederen die in het dagelijkse koorgebed werden gezongen. De liederen bij uitzondering van muzieknotatie voorzien.

Liederenboekje figuur in de marge

Het boekje is eenvoudig versierd met initialen met penwerk in blauw en rood. In de marge van p. 3 is een mannetje getekend, dat een banderol vasthoudt met de spreuk
‘Ama nescire, Disce nova’ (Hou ervan onwetend te zijn, leer nieuwe dingen). De Zwolse boekband draagt aan de voorzijde het stempel ‘respice finem’ (wees bedacht op het einde), aan de achterzijde is een pelikaan afgebeeld die zijn jongen voedt met zijn eigen bloed: een verwijzing naar Christus.